Faalangsttraining de Vlindercursus

Dat de ene persoon zich in een vergelijkbare situatie onzekerder voelt dan de ander is een bekend verschijnsel. Veel mensen zijn wel eens onzeker en prestaties kunnen positief beinvloed worden door deze onzekerheid. Dit vereist wel dat men om kan gaan met deze onzekerheid met als gevolg dat men betere prestaties kan leveren. Sommige mensen kunnen zelfs alleen tot optimale prestaties komen door bepaalde spanningen.

Van negatieve faalangst spreek je als de spanning of onzekerheid er voor zorgt dat iemand onder zijn niveau gaat presteren. Door een bepaalde taak (bijv een toets) of situatie (bijv nieuwe werkvorm) wordt er een zekere mate van spanning opgeroepen. Zulke situaties roepen vooral bij faalangstige kinderen spanningen op die ten koste gaan van hun plezier in leren. Dit brengt ook onnodige fouten c.q vergissingen met zich mee.

Bij faalangstige kinderen treden vooral spannings- en angstervaringen op als ze iemand iets van zichzelf moeten laten zien en wanneer de prestatie bovendien ook nog door anderen zal worden beoordeeld.

Een vaak geroepen kreet van faalangstige kinderen bij een toets is:"Ik had heel goed geleerd, thuis wist ik alle antwoorden op de vragen, maar bij de toets wist ik heel veel dingen niet meer".

Als de spanning of onzekerheid er voor zorgt dat iemand onder zijn niveau gaat presteren of afwijkend gedrag vertoont is het goed om hulp in te schakelen.

Doelgroep

De faalangsttraining de vlindercursus is bedoeld voor de volgende doelgroep:

  • Basisschoolleerlingen in de leeftijd van 5 – 13 jaar

Doel van de faalangsttraining de vlindercursus

Tijdens de trainingen kunnen de kinderen proberen en exploreren. Het kind kan slagen maar het mag ook falen zonder dat het negatieve opmerking of resultaten krijgt. Negatieve opmerkingen blijven altijd langer hangen dan een compliment.

De kinderen voelen zich geborgen en begrepen en komen makkelijker uit de negatieve spiraal. Het kind krijgt zijn zelfvertrouwen terug, het vergroot zijn mogelijkheden en leert de realiteit anders tegemoet te treden. Het leert zeggen: “Ik kan het wel”.

Het kind merkt zelf dat zijn inspanningen minder energie vergen. Voor de trainingen had het kind ervaren dat inspanningen regelmatig niet tot het gewenste resultaat leidden. Het niet kunnen wordt weer wel kunnen. Het is een verademing voor een kind dat snel zegt dat het iets niet kan, weer opnieuw plezier beleeft aan oefenen en zelfs leren. Het zelfvertrouwen neemt toe en de faalangst neemt af. De vicieuze cirkel is doorbroken.

Het kind krijgt positieve gevoelens, gevoelens van zelfwaardering en gaat ook enthousiaster reageren op ideeën en voorstellen uit de omgeving. Angst, stress en boosheid zijn lastige emoties als kinderen moeten leren. Deze emoties krijgen voorrang bij de informatieverwerking waardoor er minder capaciteit beschikbaar is voor de probleemoplossing.

Voor meer gedetailleerde informatie over faalangst zie mijn website faalangstcursus.nl met de volgende onderwerpen:
Soorten faalangst – kenmerken faalangst – behoeftes faalangstige kinderen.